Vraag:
Hallo cock

Ik heb een paar maanden terug een curcus van u gevolgd, en dat was zeer leerzaam, maar ik heb een vraag/probleem waar ik geen raad mee weet.

Mijn vereniging heeft bij de nieuwe indeling mijn E team met 11 spelers ingedeeld.
Nu zegt de TC dat ik gewoon mag doorwisselen ,maar ik heb zeer fanatieke spelers die als het even kan helemaal niet willen wisselen.
Vind u 11 spelers ook niet veel teveel? Vorig seizoen had ik er 9 en dat ging goed.

Zoals u wel zult begrijpen heb ik nu een probleem met de TC. Kunt u mij daarin een advies geven?

Antwoord:
Ik vind het lastig om op deze manier kritiek te hebben op jullie TC, maar . . .

Het is absoluut niet goed dat een E pupillenteam meer dan 9 spelers heeft. E pupillen spelen 7 tegen 7 (!), onder andere om de kinderen veel aan de bal te laten komen. Bij 8 tegen 8 of zelfs 9 tegen 9 lukt dat veel minder en wordt het voetbal heel rommelig. Om beide redenen leren de kinderen dan ook veel minder. Verder, zoals je zelf al aangeeft, kinderen willen voetballen en als zij tijdens hun hoogtepunt van de week (de wedstrijd) bijna de helft van de tijd wissel staan is dat op zijn zachts gezegd heel vervelend.

11 kinderen is dus veel te veel. Mijn advies? Lijkt me duidelijk, maar ik heb het niet voor het zeggen.

 

De kern van jeugdvoetbal
Heren voetbalgoden,
Na uitgebreide analyse van de competitie ben ik tot de conclusie gekomen dat we nog kampioen kunnen worden, we staan reeds 3e (als de punten van de wedstrijd waarbij Amstelland niet is op komen dagen erbij geteld worden). Maar dan moeten we alle 3 de komende wedstrijden winnen, natuurlijk, en een beter doelsaldo hebben als . . .  E4. Wat betekent dat we minimaal gemiddeld met 6 doelpunten verschil moeten winnen. Dat vormt een redelijke uitdaging maar met de bloedvorm waarin jullie verkeren, moet dat lukken. Zeker omdat de beloning van eerste kampioen op de nieuwe velden historisch is.
We spelen nog 3 wedstrijden voor de winterstop. Zaterdag spelen we in principe om 09.00 bij . . . . , de nummer 4 in de competitie. Mocht de wedstrijd weer afgelast worden dan proberen we nog diezelfde dag de wedstrijd in te halen op ons eigen kunstgras. Maar dat hoor je nog van mij.
. . . . staat 6de. De kampioenskraker wordt de wedstrijd tegen . . . , de huidige nr 1, op 11 dec thuis, dus mobiliseer alle opas en omas en de rest voor de aanmoediging.
groet, Eric ( leider E3)

Het verhaal van de leider van E3 raakt de kern van jeugdvoetbal.
Ik schrik niet zo gauw meer na al die jaren, maar dit is een benadering waar ik toch weer van opkijk.
Ik wil een paar mogelijke gevolgen van zijn benadering noemen.
Ik neem aan dat E3 uit ongeveer 9 kinderen bestaat. Het gevolg van de doelstelling van de leider zal ongetwijfeld zijn dat de kwalitatief mindere spelers (veel) minder speeltijd zullen krijgen dan de beteren. En dat vind ik absoluut niet goed. Deze kinderen moeten evenveel speeltijd krijgen als de anderen. Zij hebben recht op speeltijd, om zich ook te kunnen ontwikkelen.
Daarnaast zal de ontwikkeling van alle kinderen er onder lijden.  De grote prestatiedruk die de kinderen krijgen opgelegd zal de sfeer in en rondom het veld ongetwijfeld op een negatieve manier beïnvloeden. De kinderen zullen het gevoel hebben dat ze hebben gefaald als ze geen kampioen worden, ook als ze met plezier en goed hebben gespeeld (zelfs met 5-0 winnen is niet voldoende volgens de leider).
Kinderen moeten zich op een plezierige kunnen ontwikkelen, zodat ze voetballen leuk (steeds leuker omdat ze beter worden) vinden en blijven vinden. Als winnen en kampioen worden de enige doelstelling is, dan zullen kinderen en begeleiding vaak teleurgesteld worden, met als gevolg dat voetbal steeds minder leuk wordt.

 

 

Trainen in de cultuur van de trainer.

Inmiddels al weer 7 jaar heb ik gesprekken gehad met Ruud van Nistelrooy, Giovanni van Bronckhorst en Boudewijn Zenden over de manier van trainen bij hun (toenmalige) clubs.

Trainen bij Engelse topclubs als Chelsea, Arsenal en Manchester United

Giovanni van Bronckhorst en Boudewijn Zenden spelen beide bij een Engelse topclub. Dat wil echter niet zeggen dat beiden ook op een Engelse manier trainen. Van Bronckhorst werkt bij Arsenal onder een Franse technische staf onder leiding van Arsene Wenger. Zijn inbreng leidt tot trainingsvormen met veel nadruk op techniek. “Alles wordt met de bal gedaan”, aldus Van Bronckhorst. “Zelfs de warming-up. Aan duurlopen doen we niet. Ook de conditietraining gebeurt met bal.” Van Bronckhorst speelde eerder in Schotland bij Glasgow Rangers. Onder een Engelse trainer werd daar veel meer aan loopwerk gedaan en vaak een grote partij gespeeld. “Liefst met een beperking als maximaal tweemaal raken”.

Boudewijn Zenden kan over het meebrengen van de voetbalcultuur door een trainer/coach meepraten. Natuurlijk heeft hij Louis van Gaal met zijn Nederlandse staf bij Barcelona meegemaakt. Momenteel werkt hij bij Chelsea onder de Italiaan Rainieri. Ook deze Italiaan heeft zijn voetbalcultuur “meegenomen” en dat uit zich zowel in de speelwijze als de manier van trainen. Over de speelwijze is Zenden kort: “De counter attack”. Anders gezegd: trachten de aanval van de tegenpartij over te nemen en op basis van snelheid zelf aan te vallen. De trainingsinhoud is afgestemd op deze speelwijze. “Dat betekent veel loopwerk. In de voorbereiding op het seizoen liepen we in twee weken in totaal zo’n 42 kilometer in verschillende vormen: Duurlopen van 1 tot 8 km en tempolopen zoals series van driemaal 800 meter”.

Een opvallend verschil tussen hun Engelse clubs en Nederlandse club dat beide spelers ervaren is de mate van contact met jeugdspelers. In tegenstelling tot de Nederlandse clubs traint de jeugd bij Arsenal en Chelsea ver van de trainingsaccomodaties van hun grote voorbeelden.

Ook Ruud van Nistelrooy traint bij Manchester United bepaald niet Engels. “Wij hebben een Portugese trainer. Dat betekent veel loopwerk. De fysieke training staat centraal”. Deze Portugees (Carlos Queiroz) is overigens vanaf dit seizoen de opvolger van Del Bosque bij Real Madrid. De aanpak van Queiroz betekent niet dat Van Nistelrooy niet aan zijn techniek werkt. Integendeel, hij traint zeer regelmatig bij René Meulensteen. Deze “leerling” van Wiel Coerver is sinds afgelopen jaar bij Manchester United in dienst als hoofd opleiding. Op basis van vrijwilligheid werkt Van Nistelrooy regelmatig bij Meulensteen aan specifieke technische vaardigheden. Ook enkele andere spelers van de Manchester selectie maken van deze mogelijkheid gebruik.

“Na de laatste competitiewedstrijd met Manchester United heb ik als voorbereiding op de wedstrijd tegen Wit-Rusland tien dagen doorgetraind bij Meulensteen. De laatste dagen voor de voorbereiding van het Nederlands elftal heb ik serieus en scherp bij PSV meegetraind. Soms schrok ik bij een tackle wel van mijn inzet. Ik vond het heerlijk om weer te trainen bij PSV. Ja, ook een beetje om te laten zien dat ik beter ben geworden. Ik train nog steeds hard, om ik als speler beter wil worden.” Nog beter? Van Nistelrooy heeft in Engeland toch al de status van sterspeler?

“Status betekent niets voor mij, ik sta niet stil bij wat de mensen en de pers zeggen. Ik voel geen druk. Ik doe wat ik kan en moet doen, namelijk hard werken. Het gaat elke keer om de prestatie op het veld. En die prestatie wil ik steeds opnieuw leveren”.

 

Vraag
Wat is beter om te spelen bij de jeugd, 1:4:3:3 of 1:4:4:2?

Moeten de oefenvormen tijdens de training gebaseerd zijn op de (gespeelde) wedstrijden?

Antwoord
Bij jeugdvoetbal gaat mijn voorkeur uit naar de speelwijze 1:4:3:3. Als je echt wilt opleiden, moet zo worden gespeeld. De taakverdeling bij 4:3:3 is namelijk veel duidelijker op jeugdspelers over te brengen dan bij bv. 1:4:4:2. Bij 1:4:4:2 wordt veel ruimte open gelaten, om die vervolgens te benutten na min of meer lange loopacties.

Ik kan me evenwel best voorstellen dat bij oudere jeugd (16, 17, 18 jaar) tijdens de opleiding ook aandacht wordt besteed aan andere systemen zoals 1:4:4:2.

Waar beslist aandacht aan moet worden besteed is hoe speel je speelt tegen een tegenstander die 1:4:4:2 hanteert? Dit komt af en toe voor en dan moet je keuzes maken. Hoe kun je de voordelen die de tegenstander wil halen uit 1:4:4:2 teniet doen, zonder echt concessies te doen aan je eigen speelwijze.

Trainingsdoelen bij de jeugd komen voor mij niet uit de wedstrijden, maar uit een systematisch opgebouwd plan.

De "fouten" en andere onvolkomenheden tijdens de wedstrijd krijgen (zeker bij de oudere jeugd) aandacht in de vorm van individuele gesprekken en wedstrijdbesprekingen met het gehele team, en komen dus aan de orde tijdens de volgende wedstrijd.

Vóór elke wedstrijd wordt een tactische bespreking gehouden met een bord, magneten en stiften. Verder wordt tijdens de wedstrijden heel situatief gecoacht op een aantal aandachtspunten die bij de wedstrijdbespreking aan de orde zijn gekomen.

Coachen bij de jeugd moet mijns inziens met name (of alleen maar) gericht zijn op het aanleren van de eigen speelwijze en het uitvoeren van taken op de verschillende posities. En dat kan heel goed tijdens de wedstrijden.

Tijdens de trainingen werk ik aan het aanleren en beheersen van technieken in allerlei organisatievormen zowel zonder als met weerstanden. Verder is er natuurlijk aandacht voor algemeen tactische vorming, onder andere door het doen van positiespelen.

Ik ga uit van de aspecten waar ik directe invloed op heb, dat is het verbeteren van de techniek en van het tactisch inzicht. Ik kan het fysieke van een speler zoals grootte, sterkte en snelheid niet verbeteren. Dat zijn geen trainbare zaken, hoewel aan de snelheid iets kan worden gedaan m.b.v. looptechniektraining; echt snelle spelers kun je echter niet "maken".

Looptechniektraining moet trouwens niet als zodanig bij de gemiddelde jeugdtraining worden gedaan. Als 6 keer per week wordt getraind, is daar tijd voor. Maar bij 2 keer 5 kwartier trainen is het zonde van de tijd, dan moet met de bal worden getraind. Bij oefenvormen met de bal kan heel goed op handelingssnelheid worden getraind.

Het goed aanleren van voetbaltechnieken op een "geïsoleerde" manier vind ik niet verkeerd, integendeel, en ik zal je vertellen waarom.

Een bal goed passen met de binnenkant voet, schieten met de wreef, een bal goed aannemen enz. zijn belangrijke onderdelen. Als speler(tje)s dit soort dingen moeten leren onder weerstand lukt dat niet of heel moeilijk! Bij het doen van wedstrijd- of spelvormen wordt niet de moeilijke manier van handelen gekozen, omdat dat niet in het uitgangspunt van een wedstrijd of spel ligt besloten, die vormen speel je om te winnen. Eerst weerstand wegnemen om iets "moeilijks" aan te leren en vervolgens weerstand inbouwen om een verdere ontwikkeling te maken is mijns inziens het meest effectief. Waarbij weerstand een heel ruim begrip is; voor spelertjes van 8 jaar is de bal op zich al een behoorlijke weerstand. Ik heb voor ouders eens een lijstje gemaakt met soorten weerstand waar de kinderen mee te maken hebben:

Wat zijn voetbalweerstanden? Verder denk ik dat het leren gebruiken van het zwakke been voor jeugdspelers een must is. En ook dit moet eerst zonder weerstand (en later natuurlijk onder oplopende weerstand) worden geoefend, anders komt er echt nooit iets van. En een goede voetballer met maar "één been" kan niet, vind ik!!

 

 

 

 

Cock van Dijk als gasttrainer voor het damesteam van VV Hapert!

Op dinsdag 21 september is het zover. Cock van Dijk komt het damesteam van Hapert trainen. Dankzij de nieuwe trainer van het damesteam Wilfred de Kruijf, hebben de dames een kans gekregen om van een welbekende trainer een training te krijgen.

Uiteraard was een grote opkomst bij het damesteam. Niemand wist wat ze ervan konden verwachten, dus waren er wel een beetje zenuwen. Van te voren was ons verteld wie Cock van Dijk precies was, en hierdoor kon je aan de dames merken dat ze het toch wel spannend vonden..

Cock van Dijk is echt een man van het voetbal. Het gaat bij hem dan wel voornamelijk over het trainen geven. Hier is hij dan ook in 1984 begonnen bij zijn club in Rotterdam. Het trainen geven combineerden hij nog altijd met zijn werk als onderzoeker bij Unilever. Maar vanaf 2002 heeft Cock van Dijk van zijn hobby zijn werk kunnen maken en is hij fulltime voetbaltrainer. Zijn naam is bekend bij vele grote en kleine clubs, zo is hij bijvoorbeeld het seizoen 2008-2009 techniektrainer van AZ geweest en heeft hij ook bij Feyenoord aan de techniek van de spelers mee gewerkt.

Recent heeft Cock van Dijk een boekje en een DVD uitgebracht waarin zijn uitleg en theorieën over techniektraining in staan. In dit boekje gaat hij onder andere in op: waarom techniektraining, training(techniek) in de praktijk, amateursclubs/voetbalscholen en verschillende voorbeelden van het aanleren en toepassen van technieken. Dit boekje is een hulpmiddel voor trainers en spelers om aan hun baltechnieken te werken.

Je kunt dus wel zeggen dat Cock van Dijk ervaren is in trainingen geven. De specialiteit van deze meneer gaat uit naar techniek. Hij wil de spelers in zijn trainingen de voetbaltechnieken aanleren, leren te beheersen en toe te passen. Het liefst geeft Cock van Dijk training aan de jeugd, dit komt omdat hij beter maken van kinderen in de techniek leuker en interessanter vindt dan het coachen van senioren. Voor ons maakte Cock van Dijk gelukkig een uitzondering en waren wij het eerste damesteam dat onder zijn hoede geschoold werden de voetbaltechnieken aan te leren.

Het is een zonnige dinsdag als Cock van Dijk de Hapertse voetbalvelden betreedt. Hij stelt zich voor en geeft een korte inleiding dat er vooral aandacht wordt besteedt aan baltechniek. Na een eigen warming-up werd er begonnen met kleine oefeningen waar vooral het dribbelen een essentiële rol speelde. Het waren een soort tikspelletjes waardoor wij al snel in de gaten kregen dat het bij dribbelen belangrijk is om de bal goed aan de voet te houden.

Na deze goede en leuke warming-up kregen de vele technieken voor onze kiezen: de overstap, de schaar, kappen, binnen/buiten en de afrollende kap onder de loop werden genomen. Al deze oefeningen werden in combinatie gebracht met dribbelen en de andere oefeningen. Wij toonden veel inzet en er werd veel geleerd. Na een paar keer oefenen kregen we het steeds beter onder de knie en dat was plezierig om mee te maken. Cock van Dijk gaf veel uitleg en paste zich goed aan op ons niveau. Wij konden goed merken dat hij een ervaren trainer is, en goed is in het geven van trainingen. Deze baltechnieken gingen wij later toepassen met elkaar. We deden een oefening waarbij iemand een aanvaller was met de bal aan haar voet en iemand een verdediger die de bal af moest pakken. Het was mooi om te zien dat de technieken die wij hadden geleerd goed werden gebruikt.

Verder leerde Cock ons over de wreeftrap en het passen met binnenkant voet. Hij vertelde hoe en wanneer wij deze moesten gebruiken. De wreeftap en de binnenkant voet werd nog verder geoefend door in een spel af te werken op goal. Er zaten verschillende mooie ballen bij. Hierbij werd ook keeper Janny aan het werk gezet om onze wreeftrappen tegen te houden.

Als laatste hebben we een partij gedaan met voor het ene team één grote goal en voor het andere twee kleine. Zo moest het ene team zich breed maken en de ander zich vormen in een trechter. Hij liet ons erbij stilstaan wat de mogelijkheden waren en waar wij aan moesten denken.

Wij vonden deze twee uur zeker een leerzame ervaring. Het ging soms wat snel, en we hebben nog lang niet alles onder de knie. Maar dit gaat zeker wel gebeuren door de techniektrainingen die Wilfred ons verder gaat even. Hierin gaan wij alle nogmaals technieken oefenen, oefenen en oefenen. Verder gaan wij uiteraard de technieken proberen toe te passen tijdens de wedstrijd, zodat wij er hard voor gaan werken dat Hapert Dames1 dit seizoen kampioen wordt!!

Met sportieve groeten,
Lidy Beckers & Manon van Raak

 

Vraag (3):

Mijn team F1 bestaat uit 6 tweedejaars en 3 eerste jaars, allemaal leuke lieve jongetjes, die eigenlijk de vereiste leeftijdsgebonden voetbal- en technischevaardigheden (dankzij de oefeningen van jouw DVD) wel beheersen. Het voetbal is over het algemeen bij vlagen al goed. Niet altijd meer steeds vaker.

Maar, op het moment dat zeeen tegenstander moeten bespelen die er wat meer strijd in gooit (wilder, sneller en feller), dan gaat het mis.

Gisteren hadden we zo'n oefenwedstrijd. De tegenstander was qua balbehandeling en spel absoluut niet beter, integendeel, maar op elk moment waren ze eerder bij de bal.

Ik wilde eens vragen of ik hier wat aan kan/moet doen? En wat/hoe kan ik dan doen?.


Antwoord:

Een voor mij bekend probleem, maar niet 1,2,3 op te lossen.

Je zegt " allemaal leuke en lieve jongetjes" en benoem dat als een "probleem".
Het is een probleem als het gaat om strijd in wedstrijden, maar bedenk wel dat leuk en lief zijn ook nadrukkelijk goede eigenschappen zijn. Deze eigenschappen ben trouwens ook vaak bij BVV Barendrecht tegengekomen. Barendrecht is een gemeente met weinig allochtone kinderen en ouders die hun kinderen over het algemeen op een beschermde manier opvoeden. Dat is prima, maar geeft wel "problemen" als het gaat om "wilder, sneller, feller". Het is wel aardig om dan als trainer/leider van ouderste horendat je ze feller moet maken. Ik kaatste dan meestal de bal terug door te zeggen dat de mentaliteit van de kinderen nadrukkelijk ook een gevolg is van de manier van opvoeden. En dus de ouders als het ware de "oorzaak" zijn.

Is er dan helemaal niets aan te doen? Ja, natuurlijk wel, maar dat gaat niet van de ene op de andere dag. Het is moeilijk om de intrinsieke motivatie van kinderen in korte tijd te veranderen.

Om te beginnen moet je absoluut doorgaan met het trainen van vaardigheden die op korte termijn wel heel goed zijn te beïnvloeden en dat is het steeds maar weer verbeteren van individuele (technische) kwaliteiten(op de F leeftijd trouwens wel op een speelse manier). Daarnaast kun je door de manier waarop je leiding bij trainingen en wedstrijden geeft inzet en felheid geleidelijk aan verbeteren. Dat kan door de manier waarop je les geeft, vriendelijk en heel enthousiast en op het nivo van de kinderen Steeds stimuleren alles met inzet te doen (net zoals je zelf doet). Verder zijn trainingspartijtjes een goed middel om ze feller en assertiever te maken. Als voorbeeld de regel bij 4 tegen 4 (of andere kleine partijtjes) dat als de bal of achter is of over de zijlijn, de bal direct  moet worden ingedribbeld.  Dat is een manier om ze alerter (zowel aanvallend als verdedigend) te maken. "Ingrijpen" als het te lang duurt voor ze gaan dribbelen, helpt. Met ingrijpen bedoel ik dat ze maar een paar seconden krijgen om in te dribbelen. Duurt het langer dan krijgt de tegenpartij de bal. Ze worden daarmee “gedwongen” sneller te handelen. Felheid betekent trouwens niet   bdat ze constant gestimuleerd moeten worden verdedigend een sliding te maken. Fel verdedigen mag, maar wel proberen in balbezit te komen en vervolgens een voetballende oplossing te kiezen.

De “warming-up” voor een wedstrijd kan ook een rol spelen bij de beleving van de kinderen tijdens wedstrijden. In plaats van wat lummelen of om de beurt vanuit een lange rij op doel schieten, kan beter kort wat techniek oefeningen gedaan (ook traptechniek met binnenkant voet) en daarna lekker fel 2 tegen 2 (of 4 tegen 4) worden gespeeld. Als het wat  slap begint met wat aanmoedigingen en aanwijzingen dat veranderen en de kans is heel groot dat ze de hele wedstrijd zo verder spelen.

Wat je m.i. niet zou moeten doen is om " alles" in het kader te plaatsen van strijd en winnen door bijvoorbeeld tijdens trainingen teveel spel- en wedstrijdvormen te doen.

Nogmaals bij Barendrecht was/is het "probleem" ook aanwezig. Het "bewijs" dat geleidelijk wel vooruitgang kan worden geboekt, is dat de eerste teams bij de jongste leeftijdsgroepen bij Barendrecht echt niet alles winnen (ook al zijn er veel teams per leeftijdsgroep), met name omdat kinderen van andere clubs regelmatig feller en brutaler zijn, maar geleidelijk aan bij de oudere leeftijdsgroepen worden heel goede resultaten gehaald. De eerste C, B en A teams spelen op een heel hoog nivo door de combinatie van veel techniek, een geleidelijke tactische vorming en het in de loop van de jaren verbeterde intrinsieke motivatie (met als gevolg een primawedstrijdmentaliteit).

 

Vraag (2):

Ik ben vanaf 1 augustus aangesteld als hoofdtrainer van . . . (zaterdag 3e klas) en werd geconfronteerd met een aantal eerstejaars senioren. De achterstand in ontwikkeling van technische aard bij deze spelers is heel groot, de voetbaltechnische basis is zeer slecht verzorgd.

 

Inmiddels gaan wij, na herindeling van de jeugdgroepen,

naar aanleiding van uw boek en de DVD over tot het invoeren, handhaven en bewaken van uw leermethode binnen onze jeugdafdeling.

Heeft u enkele tips?

 

 

Antwoord:

Het verbaast mij niet dat eerstejaars senioren nogal wat

technische bagage missen. Door mijn cursussen kom ik bij veel clubs in het hele land (en België) en word niet echt vrolijk van het nivo van jeugdtrainingen. En dat is heel jammer, want met kennis (en kunde) van  zaken is jeugdspelers heel veel te leren. Vooral als op jonge leeftijd kwalitatief goed wordt getraind (met grote nadruk op het aanleren en beheersen van technieken) gaan kinderen/spelers met sprongen vooruit en wordt er een prima basis gelegd voor de rest van hun “voetballeven”.

 

Een voorwaarde om tot de goede jeugdopleiding te komen is een aantal uitgangspunten formuleren t.a.v. trainingen en wedstrijden.

 

Bijna alle clubs hebben tegenwoordig trouwens wel een beleidsplan, daar ligt het nooit aan. Over de kwaliteit daarvan kan men soms twisten, maar veel belangrijker is dat lang niet iedereen, en dan vooral trainers en leiders van de jeugdteams, zich houdt aan de richtlijnen van het beleidsplan.

Heel belangrijk is dat trainers en leiders goed geïnformeerd worden over het wat en vooral ook het waarom van de inhoud van het beleidsplan. Vervolgens moet er op worden toegezien dat de trainers en leiders zich aan het plan houden. Gebeurt dat niet dan gaat iedereen toch weer zijn eigen gang. Essentieel is dat er door het beleidsplan voor continuïteit wordt gezorgd. “Alle neuzen” dezelfde kant op!

Controle op de juiste oefenstof (per leeftijdsgroep), de formatie en speelwijze tijdens wedstrijden en het op de fijne positieve manier met kinderen/spelers omgaan, is van groot belang.

Daarnaast regelmatig bij elkaar zitten, niet om te discussiëren over het beleidsplan, maar om door het verantwoordelijk technisch kader (bv. technisch coördinator) de leiders en trainers steeds maar weer met argumenten overtuigen dat "het zo moet gebeuren". Vooral dus ook het waarom steeds weer vertellen aan leiders en trainers en natuurlijk de ervaringen van de leiders en trainers evalueren.

 

Verder, het bijscholen door interne- of externe cursussen van trainers en leiders zal niet alleen de kwaliteit van het kader beter maken, maar ook zullen zij gemotiveerder zijn bij het trainen en begeleiden van de jeugd. Daarnaast zullen zij meer als groep gaan functioneren omdat zij samen activiteiten hebben.

 

Tenslotte, een goed beleid, jeugdtrainers die kinderen beter willen maken en (heel) veel geduld zal echt leiden tot meer plezier bij kinderen/spelers en leiders/trainers en op den duur leiden tot goede resultaten. En zullen eerstejaars senioren een betere start maken bij de grote mannen.

 

 

Vraag:

In welke gevallen zou overwogen moeten worden om een E1 speler over te laten gaan naar de D leeftijdsgroep?

 

Antwoord:

Er zijn voor mij in het algemeen een paar redenen/belangen om kinderen/spelers vervroegd naar een oudere leeftijdsgroep over te laten gaan.

De belangrijkste reden is als een speler voetbaltechnisch en of fysiek ver uitsteekt boven zijn medespelers.

 

Het is belangrijk dat het onderlinge nivo binnen een team niet te ver uiteenloopt. Als een kind/speler ver onder zijn nivo presteert, dus veel beter is dan medespelers en tegenstanders, dan is dat niet goed voor zijn ontwikkeling. Het gaat  “allemaal” te makkelijk en er zijn niet voldoende prikkels om beter te worden. Dus ook te weinig tegenstand in wedstrijden tegen andere clubs is niet goed voor de ontwikkeling van een kind/speler.

 

Ook voor de medespelers van een “uitblinker” is het niet goed. De wedstrijden worden (waarschijnlijk ruim) gewonnen, maar dat komt voor een zeer groot deel door de uitblinker. De andere kinderen komen weinig aan de bal en spelen als ze aan de bal zijn, vaak snel over naar die uitblinker. Dit komt natuurlijk de ontwikkeling van de kinderen vanzelfsprekend niet ten goede. Voor de ontwikkeling van kinderen is het absoluut nodig dat er, met name op jonge leeftijd, zoveel mogelijk balcontacten zijn.

Als de uitblinker er niet meer is, worden de resultaten van het team weliswaar minder, maar de kinderen komen vaker aan de bal, gaan meer initiatieven tonen en ontwikkelen ze zich dus beter.

 

In welke gevallen zou ik overwegen om de E1 speler niet door te sturen?

Als,

·         er geen sprake is van een groot verschil met

          medespelers

·         D1 sterker moet worden (mogen niet

          degraderen)

·         E1 kampioen “moet” worden

·         hij als weinig speeltijd zal krijgen omdat hij

          fysiek niet echt mee kan.

·         subjectieve redenen in het geding zijn

          (“vriendjespolitiek”)

In dit geval gaat het om een E speler naar D, dus van 7 tegen 7 naar een groot veld en 11 tegen 11. Dat maakt het voor dat spelertje extra moeilijk, dat moet men zich realiseren.

 

Verder, moet er overleg zijn met het spelertje en zijn ouders? Wat vinden zij? Of zijn er al veel verwachtingen gewekt door . . . . . en zal het een grote teleurstelling worden voor het spelertje als er geen overgang plaatsvindt?

 

Als een beslissing is genomen moet wel aan de spelertjes (en ouders) van E1 met de juiste argumenten goed worden uitgelegd waarom de beslissing (naar D of blijven in E) is genomen en dat het overgaan naar D mogelijk (dat is echt niet zeker) gevolgen zal hebben voor de verdere resultaten van E1. Echter, het belang van de ontwikkeling van alle kinderen is het belangrijkst, dat is de kern van de boodschap!

 

Tenslotte, ik heb zelf ondervonden dat vervroegd overgaan goed kan. Weliswaar heel lang geleden, maar toch. Ik ben als B speler overgegaan naar de senioren, in juni werd ik 15 en in september speelde ik in als “senior”. Als 15 jarige heb ik mij verder in het 1e elftal (3e klasse KNVB) ontwikkeld tot tevredenheid van mij en dat van de club.

 

 

 

 

De Liverpool Academy (deel 2)

 

Piet Hamberg werd in 2007 aangesteld als directeur

opleidingen van Liverpool met als opdracht jeugdspelers van de Academy door te laten stromen naar Melwood (het trainingscomplex van het 1e en 2e elftal). Sinds 1997 is namelijk geen enkel jeugdspeler doorgestroomd naar het 1e elftal. En dat kan (en mag) niet. Zeker niet nu de Amerikaanse eigenaren rendement van de jeugdopleiding eisen en manager Benitez zelf opgeleide spelers wil opstellen. Dat zal ook wel moeten, want de 6+5 regeling, waarbij 6 spelers afkomstig moeten zijn uit eigen land, komt dichterbij.

 

Na analyse van de opleiding bleek dat bijvoorbeeld de trainer van onder 12 jaar slechts een doelstelling had, wedstrijden winnen. Want dan maakt hij carrière. Natuurlijk niet de juiste manier van opleiden, want het individu lijdt onder de teamprestatie. Zo’n trainer kon Piet niet gebruiken bij zijn belangrijkste doelstelling: het  constant individueel beter maken van kinderen/spelers. Na de analyse werd dan ook afscheid genomen van dit soort trainers.

 

Piet heeft waarden geformuleerd voor de opleiding van Liverpool. Overal op de Academy hangen deze waarden aan banieren aan de muren van kleedkamers, in de kantoren en in de sporthal.

HIPS is de afkorting van

  • Hundred procent (100%). Steeds in alle situaties alles geven door spelers en trainers.
  • Initiative. Durven te voetballen en geen angst hebben om fouten te maken. Geen trainers die roepen; Je doet het verkeerd!
  • Positive. Constant vanuit een positieve instelling beter willen worden (en beter maken door de trainers)
  • Supportive. Elkaar helpen. Vanuit jezelf zo goed mogelijk ontwikkelen, met elkaar “iets” bereiken.
  •  

De reden van mijn bezoek aan de Liverpool Academy was dat ik wist van de nauwe banden die Piet Hamberg had en heeft met Wiel Coerver. Coerver was enkele weken voor mijn bezoek enkele dagen op de Academy aanwezig geweest.

Duidelijk was tijdens de talloze trainingen die ik gezien heb dat de Coerver methode een belangrijk deel van de opleiding is. Technieken aanleren en vervolgens in stappen naar van 1 tegen 1 naar 11 tegen 11.

 

Om de trainers van Liverpool “Coerver trainingen” te kunnen geven, leidde Piet meteen na zijn aanstelling een aantal jonge trainers op die de technieken kunnen voordoen en gepassioneerd zijn. Tijdens de trainingen die ik gegeven heb, werd goed duidelijk dat de technische bagage van de jeugdspelers uitstekend was.

 

De accommodatie van de Liverpool Academy is trouwens top. Behalve de 7 perfect onderhouden velden is er een grote sporthal met kunstgras beschikbaar.

 

Naast het geven van trainingen, heb ik een wedstrijd bezocht van Liverpool onder 12 tegen Manchester United onder 12. De wedstrijd werd gespeeld in het stadion van een League club in de buurt van Manchester. Een wedstrijd op hoog nivo, waarbij Jan de Koning (assistent van Piet), goed het oog hield of het team van Liverpool speelde volgens de richtlijnen van de opleiding. Natuurlijk willen winnen, maar vanuit een positieve opbouwende spelopvatting. De keeper bijvoorbeeld schoot zelden een uittrap of doeltrap ver naar voor, maar de aanvallen werden vanuit de achterste lijn opgebouwd.

Naast de bijzonder professionele begeleiding van beide teams, gebeurde er na afloop iets bijzonders. Na afloop van de wedstrijd stond er een buffet klaar voor de spelers en begeleiders van beide teams. Met elkaar werd wat gegeten en gedronken alvorens in de bus te stappen voor de terugreis.

 

De eerste resultaten van de aanpak van Piet is aan het einde van zijn 2e jaar zichtbaar. Twee spelers uit de jeugdopleiding spelen en trainen komend seizoen op “Melwood”.

 

Noot.

Ondanks het goede werk van Piet Hamberg in de afgelopen 2 jaar, heeft manager Benitez besloten dat de opleiding komend seizoen in handen moet komen van zijn  Spaanse landgenoot Jose Segura. Segura  werkte bij Barcelona in zowel de jeugdopleiding  als met het B team waar hij spelers als Andres Iniesta, Gerard Pique, Victor Valdes, Bojan Krkic, Mikel Arteta and Cesc Fabregas onder zijn hoede had.

Ik ben benieuwd welke club (in binnen- of buitenland) Piet Hamberg, een man met visie, de jeugdopleiding in handen geeft.

 

 

FC Liverpool Academy (deel 1)

 

Afgelopen week ben ik op bezoek geweest bij de jeugdopleiding van FC Liverpool. Op uitnodiging van Piet Hamberg heb ik een week van zeer nabij de opleiding van jeugdspelers van 8 tot 18 jaar mogen meemaken.

Piet Hamberg speelde bij clubs als Vitesse, NEC Nijmegen, FC Wageningen, FC Utrecht, Servette en Ajax. Tijdens een Europacup-wedstrijd in Madrid raakte hij geblesseerd aan zijn knie, wat later na de wedstrijd tegen PSV een kapotte meniscus zou blijken te zijn. Dit zou het einde van zijn actieve carrière betekenen.

Na zijn carrière als speler werd hij coach en werkte hij in Nederland, Saoedi-Arabië, Libië, de Verenigde Arabische Emiraten en Togo. In Nederland was hij actief bij hoofdklasser IJsselmeervogels. Ook leidde hij Saoedi-Arabië onder de 20 naar de Wereldbeker waarna hij coach werd bij het Libische Al Ahly. In 2003 verving hij Jan Versleijen als trainer bij Al-Jazeera Club, een club uit de Verenigde Arabische Emiraten. In 2006 was hij tijdens het WK van 200assistent van Otto Pfister met Togo.

 

Ondertussen was hij tussen 1997 en 2007 ook nog eens driemaal coach van het Zwitserse Grasshoppers die hij voor de laatste keer in april 2007 zou verlaten. In juli van datzelfde jaar kwam hij bij de jeugdacademie van Liverpool terecht.

Met Piet Hamberg als technisch manager, heeft Liverpool gekozen voor een trainer die techniek zeer belangrijk vindt. Piet is een zeer fervente aanhanger van Wiel Coerver en heeft nog steeds nauw contact met de grondlegger van de techniektraining.

 

Na het vertrek van Steve Heighway (een grootheid in de recente Liverpool geschiedenis) werkt Piet aan een nieuwe structuur van de jeugdopleiding van FC Liverpool.

“We hebben heel goede berichten over Piet ontvangen”, reageerde trainer Rafael Benítez op de aanstelling van Hamberg. “Onze talenten kunnen alleen maar profijt hebben van het werken met iemand met zo'n ervaring in het opleiden van spelers.” Benítez brengt trouwens zeer regelmatig een bezoek aan de Academy.

 

Assistent van Piet is Jan de Koning. Jan is een generatiegenoot van Ruud Krol en speelde met onder andere Louis van Gaal in het tweede van Ajax. Ooit een talentvolle rechtsbuiten, wachtte De Koning op zijn kans om bij Ajax Sjaak Swart op te volgen. ,,Ik moest nog een seizoen wachten en dan zou Swart er waarschijnlijk mee ophouden. Maar tijdens dat seizoen bleek er al een vervanger voor hem nodig en toen stond Johnny Rep klaar", aldus De Koning. “Toen ben ik in België gaan spelen."

Na zijn actieve carrière was De Koning op vele terreinen binnen de voetbalwereld bezig. Zo trainde hij bij Ajax enkele jeugdteams. “Ik heb Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder nog getraind."
Ook acteerde hij een tijd als spelersmakelaar. In die hoedanigheid ontdekte hij Cristian Chivu en bracht hem naar de Amsterdamse club. ,,Danny Blind was toen directeur spelersbeleid", herinnert hij zich. Ook was De Koning een periode werkzaam als trainer in de Verenigde Arabische Emiraten en als assistent manager bij Stoke City.

 

Binnenkort in deel 2 mijn ervaringen van deze zeer interessante week.

 

 

 

 

 

 

 

Jeugdvoetbal is een individuele sport

Bij jeugdvoetbal moet de ontwikkeling van het kind / de speler centraal staan.

Dat klinkt heel logisch, maar in de praktijk wordt “het team” vaak heel belangrijk gemaakt. Als de ontwikkeling van het kind centraal staat, is het dus niet zo gek om jeugdvoetbal een individuele sport te noemen. Natuurlijk komen bij een teamsport als voetbal ook zaken aan de orde die te maken hebben met samenwerken. Maar ook in dat opzicht kun je nog steeds praten over de ontwikkeling van het individu. Je zou in elk geval moeten constateren dat jeugdvoetbal is ook een individuele sport is.

De essentie van het opleiden van jeugdvoetballers is dat de spelers individueel beter worden. Individuele ontwikkeling moet in elk geval niet ondergeschikt worden gemaakt aan het teambelang. 

Laten we eens 3 kinderen die bij een voetbalclub op jonge leeftijd binnenkomen qua talent en ontwikkeling als een 5, 7 en een 9 benoemen. Als dat spelertje met niet al te veel talent (de 5) bij een club komt, dan kunnen de jeugdtrainers er in de loop van de tijd (een aantal jaren) door goede training en begeleiding een 7 van maken. Van het clubtalentje (de 7, zonder training al een behoorlijk voetballertje) kan een 9 worden gemaakt. Als zich een toptalent bij een amateurclub meldt (de 9), dan moet de club zich niet teveel illusies maken. Al snel zal zich een BVO melden. Trouwens dat een BVO zich meldt voor het clubtalent dat zich heel goed heeft ontwikkeld (de 7 naar de 9), is natuurlijk ook groot. Is dat jammer? Nee, want het is een groot compliment voor de club en de jeugdtrainers dat een kind zich zo goed heeft ontwikkeld en het echt beter maken van kinderen is tenslotte het doel van elke jeugdtrainer.

 

 

Techniektraining

Inmiddels ben ik 2 maanden actief als techniektrainer bij AZ in Alkmaar. Mijn ervaringen zijn heel positief.

De eerste weken was het voor de meeste spelers wennen. Maar op dit moment is de gewenningsfase duidelijk voorbij en wordt er enthousiast en hard gewerkt, aan voor veel spelers nieuwe techniekvormen.

Vragen die ik vaak hoor zijn:

Waarom is specifieke techniektraining nou nodig en wat voegt het toe? Zeker bij “talenten” wordt die vraag gesteld, want ze kunnen toch al zo goed voetballen.

 

De kern van het trainen van jeugdspelers is de verdere ontwikkeling van kinderen/spelers. Ontwikkeling is vooral van belang op aspecten die goed verder te ontwikkelen zijn. Als je kijkt naar onderstaande selectiecriteria, zoals die bij de meeste BVO’s worden gebruikt, valt meteen de volgorde op.

 

Selectiecriteria (afhankelijk van de leeftijd!)

Fysiek

  • Bouw
  • snelheid

Mentaal

  • persoonlijkheid
  • (intrinsieke) motivatie
  • Doorzettingsvermogen
  • zelfreflectie (oudere spelers)

Tactisch

  • vanaf de D leeftijd (wel/niet in balbezit)

Technisch

  • heel veel aan- en bij te leren
  • ook wendbaarheid / flexibiliteit / coördinatie

De criteria fysiek en mentaal zijn heel belangrijk. Waarom? Deze punten zijn voor een heel groot deel “aangeboren” en zijn dus niet echt beïnvloedbaar. Natuurlijk kan aan snelheid en motivatie wel wat worden gedaan, maar die invloed is slechts beperkt!

Tactisch en met name technisch is afhankelijk van de leeftijd en vooral de motivatie heel veel winst te boeken. Dat er op technisch en coördinatie gebied veel te bereiken is, wil ik aan de hand van “de wetenschap” en de praktijk aantonen.

 

 

Waarom techniektraining?

De wetenschap (neuromusculaire ontwikkeling)

Hersencellen die je niet aanspreekt, worden niet ontwikkeld. Het brein is plastisch: Ook de zgn. hardware kan beïnvloed worden. Hoe jonger de mens is, hoe plastischer het brein is.

Uitgelokte bewegingen en zelf geïnitieerde bewegingen

Uitgelokte bewegingen activeren duidelijk andere systemen in de hersenen dan zelf geïnitieerde bewegingen.

Met reactie leer je (iets) anders dan met actie (= spontaan gedrag). Reageren op iets (reactief, informatieverwerking) geeft een andere neurale actie dan motivatie tot actie (spontaan).

Mediale motorische systeem

spontaan en emotioneel (inner drive)

 

Laterale systeem

 reactief, situatief (inspelen op)

 

Training van het laterale systeem geeft meer vertakkingen en een groter motorisch ontwikkelingsgebied. De veranderingen kunnen groot zijn (4 tot 5 maal).

 

Waarom techniektraining?

De praktijk

  • Aanleren en verbeteren balgevoel, lichaamscoördinatie, flexibiliteit
  • Een goede techniek geeft spelers meer tijd om “tactische“ keuzes te maken
  • Als “ik“ domineer in het duel 1 tegen 1 creëer ik iets voor het team
  • Zelfvertrouwen spelers
  • Traptechniek en aan- en meenemen is ook techniek!
  • Van algemene basis techniek naar functionele (ook per positie) techniek

Verder,

Toolbox spelers uitbreiden

Een tweede natuur kweken 

Op 14 jarige leeftijd technisch volleerd en dan . . .

Daarna niet afleren, maar

onderhouden en individueel verder verbeteren 

Analyse van topspelers, met name hun technische kwaliteiten

Maar niet omdraaien.

Perfecte techniek, maar op tactisch, mentaal en fysiek gebied niet voldoende dan geen goede speler! 

 

Spel- of wedstrijdvormen

Spelers doen dingen die ze al kunnen en worden niet uitgedaagd nieuwe dingen te leren 

Verdedigingen beter georganiseerd, dus aanvallers moeten meer kwaliteiten hebben om in de kleine ruimte resultaat te halen

 

 

Afgelopen maandag (27 oktober) de eerste techniektrainingen bij AZ.

Zoals misschien bekend is AZ een Stichting. Dat betekent dat er bij de jeugdopleiding, in tegenstelling tot bij verenigingen (zoals bv. Ajax en Feyenoord), per leeftijdsgroep slechts 1 of maximaal 2 teams zijn en er geen F- en E pupillen bij AZ spelen.

D2 (1e jaars,), D1 (2e jaars,), C2 (1e jaars,), C1 (2e jaars,), B1 en A1 zijn de teams die competitie spelen. De start van de opleiding zijn de kinderen van de D2, deze zijn dus allemaal nieuw in de opleiding en zijn gescout bij diverse amateurverenigingen.

 

En dan de trainingen. Zo’n eerste keer is het natuurlijk wennen voor de jongens, een nieuwe trainer en een veelal nieuwe benadering van technieken. Het pure techniek deel van de trainingen is steeds 45 minuten (aansluitend trainen de groepen o.l.v. de eigen trainers verder).

Ik ben begonnen met de C2 groep, vervolgens D1 en tenslotte D2. In grote lijnen voor alle groepen hetzelfde gedaan. Niets spectaculairs, maar d.m.v. het in de vrije ruimte uitvoeren van bewegingen uit de hoofdstukken balgevoel, basisbewegingen, snel voetenwerk, halve draaien en schijn- en passeerbewegingen de spelers kennis laten maken met deze (mijn) vorm van techniektraining. Goed te zien is dat veel spelers talent hebben en redelijk snel het bewegingsverloop van de oefeningen goed uitvoeren. Natuurlijk is dit slechts een begin van een proces dat moet leiden tot betere coördinatie en het onbewust gebruiken van allerlei bewegingen onder druk van tegenstanders.

 

Tenslotte nog naar Jong AZ – Jong Utrecht gekeken. Vaak worden deze wedstrijden gebruikt om spelers van de 1e selectie speeltijd te geven, maar deze wedstrijd speelden beide teams met jeugdige talenten. Het was een wedstrijd op een heel behoorlijk nivo, die gewonnen werd door Jong AZ. Er was veel publiek bij deze wedstrijd, voor een deel waarschijnlijk door het eerste optreden van Jonathas Cristian de Jésus. AZ heeft de 19-jarige Braziliaanse spits gecontracteerd. De fysiek sterke aanvaller tekende eind augustus 2008 een contract tot 2012 in Alkmaar. In eerste instantie begint Jonathas bij Jong AZ. Hij scoorde trouwens het winnende doelpunt tegen Jong Utrecht.

 

Techniektrainer

Zoals inmiddels bekend ga ik bij AZ als techniektrainer aan de slag.

 

Wat doet een techniektrainer bij een BVO en hoe gaat dat er bij AZ uitzien?

Natuurlijk, spelers technisch beter maken. Dat kan op verschillende manieren en de bedoeling is ook dat ik dat ga doen.

In de eerste plaats via groepstrainingen alle spelers technieken en bewegingen aanleren. Daarnaast in kleine groepjes of individueel spelers trainen op specifieke onderdelen.

 

Binnenkort zal ik meer vertellen hoe ik dat ga doen.

 

Trainerscaroussel 

Zowel in het betaalde voetbal als in de amateurregionen wordt alweer volop naar het volgende seizoen gekeken. In de hoogste amateurklassen spelen ook spelers hierin een rol. De geruchten over het overgaan van topamateurs doen al volop de ronde. Als het over trainers gaat, zijn het geen geruchten maar hebben bijna alle clubs hun trainersstaf voor komend seizoen al ingevuld. Bij de BVO’s (en helaas ook bij enkele amateurclubs) zijn er zelfs clubs en trainers die tussentijds afscheid van elkaar nemen.

Voor jeugdtrainers gelden gelukkig (op een enkele uitzondering na) andere “wetten”.

 

Jeugdtrainers zijn vaak meerdere jaren bij een club actief. Dit is belangrijk voor de continuïteit. Het opleiden van spelers moet gedaan worden vanuit een (club)visie en het voortdurend wisselen van jeugdtrainers is niet in het belang de jeugdspelers en de club. Daarnaast worden de trainingsgroepen en teams elk jaar “ververst”, de kinderen stromen tenslotte na 2 jaar door naar een volgende leeftijdsgroep.

Ik ben een grote tegenstander van het meegaan van de trainer met zijn team naar een volgende leeftijdsgroep. Het is goed voor kinderen/spelers als zij om de 2 jaar een ander gezicht voor zich krijgen. Het is trouwens niet alleen een ander gezicht, maar ook een andere persoonlijkheid en het is goed voor kinderen met verschillende karakters kennis te maken. Natuurlijk moeten alle jeugdtrainers op 1 lijn zitten m.b.t. de doelstelling en wijze van trainen en begeleiden van kinderen (de clubvisie).

Verder is het voor clubs belangrijk “specialisten” voor de verschillende leeftijdsgroepen als jeugdtrainers te hebben. Elke leeftijdsgroep heeft zijn specifieke leeftijdskenmerken. Het is belangrijk voor trainers die leeftijdskenmerken die weten en daarnaar te handelen. Er zijn jeugdtrainers die heel goed met jonge kinderen (7 – 8 jaar) kunnen omgaan, dat wil zeggen zij kunnen met veel geduld, met het goede voorbeeld en met de juiste woorden deze kinderen spelend leren voetballen. Trainer zijn van bijvoorbeeld de C-leeftijdsgroep vraagt van een trainer voor een deel heel andere kwaliteiten.

 

Het is trouwens mijns inziens absoluut niet zo dat selectietrainers van de oudere leeftijdsgroepen belangrijker zijn dan trainers van jongere kinderen. Bij jonge kinderen wordt de zo ontzettend belangrijke basis gelegd, mentaal (voetbal is leuk) en voetbaltechnisch (op jonge leeftijd kunnen kinderen al heel veel leren). Bij de oudere leeftijdsgroepen is het nodig trainers te hebben die geleidelijk de technische- en tactische vaardigheden in combinatie met fysieke- en mentale ontwikkeling verder kunnen uitbouwen.

 

De juiste trainer op de juiste plaats geldt natuurlijk ook voor de niet-selectieteams. Het is voor clubs vaak lastig om voor deze teams goede trainers te vinden. Ook hier geldt dat er specifieke kennis en kunde nodig is om kinderen op hun eigen nivo fijn te laten trainen en voetballen. Wat “speelser”, maar ook deze kinderen/spelers kunnen met leuke- en juiste oefenstof en met een goede stimulerende leiding veel leren en dus beter worden.

 

Natuurlijk is het heel belangrijk dat de trainers van alle leeftijdgroepen vanuit eenzelfde (club)visie de kinderen trainen en begeleiden bij wedstrijden. De technisch coördinator of hoofdopleiding van een club is vanzelfsprekend de aangewezen persoon die dit bewaakt en zorgt dat het technisch beleidsplan op de juiste manier wordt uitgevoerd.

 

 

 

 

Clinic in België

  

Op vrijdag 2 november was ik te gast bij Polyfoot Events in België.

“Het Belgisch voetbal stelt niets voor, de opleiding van jeugdspelers in Nederland is vele malen beter dan in België, in België zijn trainers niet welkom om bij andere clubs in de keuken te kijken en dus van elkaar te leren, in België zijn geen goede accommodaties en al helemaal niet voor jeugdspelers”.

Dit zijn enkele uitspraken die ik tijdens de trainersdag in Wachtebeke (bij Gent) hoorde van de aanwezige trainers.

Ik kan niet goed bepalen of bovengenoemde uitspraken geheel juist zijn. Feit is wel dat er een behoorlijk verschil in mentaliteit is tussen Nederland en België als het gaat om - met name - jeugdvoetbal. Nederlandse trainers zijn over het algemeen genomen zelfbewuster dan hun Belgische collega’s. Dat betekent trouwens niet per definitie dat de Nederlandse jeugdtrainers beter zijn. Mijn indruk is wel dat er in Nederland meer scholing is en dat er veel meer “van elkaar wordt geleerd”. Er is veel uitwisseling en ondanks (omdat) dat niet iedereen het met elkaar eens is, wordt er veel gediscussieerd en kan elke trainer zich een mening vormen om vervolgens met “zijn methode” aan de slag te gaan.

Als het gaat om accommodaties heeft Nederland zeker een voorsprong. Er zijn inmiddels – in tegenstelling tot België - al veel kunstgrasvelden en zeker voor het trainen van jeugd zijn die velden ideaal.

De locatie van de trainersclinic was trouwens een prachtige. Het SPORTCENTRUM PUYENBROECK is gelegen in het provinciaal domein Wachtebeke en heeft mooie accommodaties voor vele sporten inclusief een aantal kunstgrasvelden.

Naast het doen van “mijn verhaal” (zie elders op deze website) , heb ik ook een trainingsdemonstratie gegeven met jongens van 12 – 13 jaar. 45 Minuten in een lekker tempo een behoorlijk aantal bewegingen van de techniek DVD met de jongens gedaan. Zij en ik genoten ervan en binnen drie kwartier zag je al resultaat in het beheersen van bijvoorbeeld diverse schijn- en passeerbewegingen, die ze gretig toepasten in de afsluitende 1 tegen 1 vorm.

  

Er waren op deze perfect georganiseerde dag rond de 110 zeer geïnteresseerde jeugdtrainers aanwezig.

 

 

Presteren met plezier.   (Erwin van Baarle, Uitgever Het Sporthuis)

Dat is de titel van een bijzonder boek. Mijn aandacht op dit boek werd gevestigd door een interview in Voetbal International van een paar maanden geleden. In dat stuk gaf Erwin van Baarle aan dat jonge voetballende kinderen het voetbal "zelf moeten ontdekken". Er wordt kinderen vooral verteld wat ze niet mogen doen. Bijvoorbeeld, pingelen mag niet en dat is nou juist wat kinderen zo graag doen. Pingelen (zelf dingen met de bal doen) gaat bij jonge kinderen als "vanzelfsprekend". Een argument om kinderen van 5 t/m 8 jaar juist wel te laten pingelen is dat ze op deze leeftijd helemaal nog niet toe zijn aan samenspelen. Ze zijn nog egocentrisch (niet te verwarren met egoïstisch!) en dat gaat vanzelf "over". Naar mate ze wat ouder worden komt vanzelf dat ze meer dingen met anderen doen o.a. het samenspelen. Dat betekent trouwens niet dat oudere jeugdspelers niet meer mogen pingelen of beter gezegd acties mogen maken. Natuurlijk moeten ook jeugdspelers op oudere leeftijd acties mogen maken. Je moet er toch niet aan denken als spelers als Ronaldinho, van Persie, Messi geen acties meer maken. Zij maken vaak het verschil.

Erwin van Baarle heeft het boek geschreven omdat er nauwelijks materiaal is hoe met jonge kinderen bij het voetballen om te gaan. De KNVB heeft wel een boekje, maar daarin staat vooral dat er moet worden samengespeeld. Voor de individuele ontwikkeling van kinderen is nauwelijks ruimte. En vanuit de lichamelijke en geestelijke kenmerken van jonge kinderen blijkt dat deze kinderen daar niet aan toe zijn. Moet een leider dan steeds tegen kinderen zeggen dat ze moeten pingelen? Nee, want dat is helemaal niet nodig. Dat doen ze uit zichzelf. Het enige dat een leider moet doen is het pingelen niet verbieden. Overspelen of pingelen?

Twee citaten uit het boek. Op zaterdagochtend op een willekeurig veld: "Speeelluhh, speel naar Ricky, Jantje staat vrij, kijk dan toch man, waarom zie je dat nou niet sukkel".

En dit is moeiteloos aan te vullen, echt waar.

Stel je voor dat je 7 jaar bent. Je staat op het veld met nog zo'n mannetje of 15 en eindelijk heb je de bal. Je innigste wens is scoren. Als er tegenstanders tussen jou en het doel staan, dan wil je hen passeren. Maar zo te horen gunt niemand je de bal, je moet hem weggeven!

En als jullie (leiders en trainers van jonge kinderen) iets meer willen weten hoe met ouders "om te gaan", ook daar wordt aandacht aan besteed. Want je verbaast je over het geschreeuw van ouders met hun ontelbare aanwijzingen.

Het boek is een aanrader voor elke leider/trainer van jonge kinderen en zeker voor technisch coördinatoren (om hun kader ervan te overtuigen hoe "het" ook kan).

"Jeugdvoetbal is een individuele sport" en daar ben ik het helemaal mee eens.

 

 

Afgelopen vrijdag (28 september) was de afsluitende (4e) bijeenkomst van mijn cursus Techniektraining waarvoor trainers zich individueel hadden ingeschreven.

Het is goed om te zien dat er zoveel (32) enthousiaste jeugdtrainers zijn die energie en tijd willen investeren om een nog betere jeugdtrainer te worden. Naast per avond 30 - 45 minuten theorie is er in totaal 7 uur op het veld gewerkt aan de eigen vaardigheid. Voor de meeste trainers was met name de 1e avond (ook fysiek) lastig. Maar gedurende de cursus hebben alle trainers zich heel veel bewegingen eigen gemaakt. Eerst zonder en geleidelijk aan met (aangepaste) weerstand.

Ik heb vaak de opmerking gehoord "had ik dit vroeger zelf ook maar gehad, dan was ik een veel betere voetballer geworden".

Natuurlijk moet een jeugdtrainer meer in huis hebben dan een goede techniek. Goed met kinderen/spelers kunnen omgaan, structuur aan trainingen geven en het "perfecte" voorbeeld kunnen geven. Het gaat om de totale manier van training geven. Deze zaken zijn in het theorie gedeelte aan de orde gekomen.

Gedrevenheid is een "vereiste" om jeugdspelers te boeien. De uitspraak "als je het vuur niet in jezelf hebt, kun je het ook niet bij anderen aansteken", is me uit het hart gegrepen.

Veel trainers zijn trouwens gedurende de cursus bij hun club enthousiast met techniektraining begonnen. De reacties van de trainers en kinderen/spelers zijn heel positief.

 

 

De aftrap (om in voetbaltermen te praten) van mijn regelmatig te verschijnen gedachtegoed .

Een onderwerp waar ik regelmatig over zal schrijven is "jeugdvoetbal". En dan met name over de rol die de jeugdtrainer speelt in de ontwikkeling van kinderen. Natuurlijk hun voetbalontwikkeling, maar ook hun sociaal- en emotionele ontwikkeling zal aandacht krijgen.

Veel jeugdtrainers willen belangrijk zijn. Zij willen kampioen worden, omdat het succes op hen afstraalt. Maar dat gaat het natuurlijk niet om! Het gaat om de kinderen.

Een club zou jeugdtrainers moeten beoordelen op wat een speler/kind aan het begin en aan het einde van het seizoen kan. De kinderen moeten beter zijn geworden! Van een 7 een 9 maken en van een 5 een 7. Echte talenten (de "negens") zullen in een vroeg stadium bij hun amateurclubs worden weggehaald door BVO's (ook hier is trouwens veel over te vertellen, en dat zal ik zeker doen). Maar het "gemiddelde" kind kan door een juiste manier van trainen en begeleiden ook bij de amateurclub heel veel kunnen en moeten leren.

Ik durf trouwens de stelling aan dat jeugdvoetbal een individuele sport is. Hier zal ik ongetwijfeld nog op terugkomen.

Ik praat zoals jullie merken uitsluitend over jeugdtrainers en niet over coaches. Dat doe ik niet zomaar. Kinderen hebben trainers nodig die hun (hen) de nodige technische kunde bijbrengt. Ook op zaterdag is de jeugdtrainer of de jeugdleider niet een coach die met allerlei tactische varianten op de speelwijze van de tegenpartij inspeelt. Nee, ook dan is hij degene die kinderen/jeugdspelers begeleidt en verder helpt vanuit de technische en tactische vaardigheden van de jeugdspeler.

Met bovenstaande heb ik meteen een aantal onderwerpen aangegeven waarover ik in de toekomst mijn mening zal geven.